header (20K)
lijn

Zalmdrijvers, hoog in de kop, laag in de kont


de DD Cornelis

De rondvaarten worden gedaan met de zalmschouw DD Cornelis, of liever gezegd een zalmdrijver of drijversschuit want een schouw heeft een platte kop.

Een zalmschouw is een zeer bescheiden vaartuigje, bestemd voor de visserij op de grote rivieren en in de Biesbosch. In hoofdzaak werd ermee gevist op zalm. Tot kort voor de Tweede Wereldoorlog bezat een stadje als Woudrichem er nog vele tientallen van.

De DD Cornelis (v/h WOU51) nog op de wal in Woerkum.
Toen met de vervuiling van de rivieren de zalmvisserij achteruit ging en omstreeks 1940 geheel verdween, waren de vloten van drijversschuiten niet langer nodig. Een groot deel ervan werd van de hand gedaan aan pleziervaarders die de veiligheid op ruw water van dit scheepstype wisten te waarderen. De rest bleef liggen of werd door een enkele beroepsvisser gebruikt voor het zetten van fuiken of het vissen van snoekvisjes voor de handel.

Een zalmdrijver heeft een hoge kop, invallend boord en een laag achterschip. Dat lage achterschip met typische rechtstandige achtersteven was bedoeld om te voorkomen dat een net onder het achterschip kon komen en niet meer opgepakt kon worden. Bovendien kon de visser als hij kort onder de wal
Zalmdrijver bij griendkeet. De vuurduvel brandt.

een fuik wilde lichten de achtersteven naar de wal draaien., overboord stappen en met één hand de boot onder de klapmuts (de driehoekige plaat achterin) de achtersteven optillen en op een krib of een palenrij zetten.
Soms zaten tegen het vlak twee langsscheepse ijzers, zodat de boot 's winters als slede kon dienen.

Zalmdrijver met visser en een brandende vuurduvel.

Zalmdrijvers hebben de reputatie van grote zeewaardigheid. Dit was voor de vissers een vereiste, omdat zij zich niet konden permitteren om voor een buitje binnen te blijven.
Tijdens het vissen (meedrijven met de stroom en daarom dus drijverschuit genoemd) werd het scheepje geroeid, maar ze hadden meestal ook zijzwaarden en een mast, zodat als de wind en stroom het toelieten er ook met een spriettuig gezeild kon worden.
Tegenwoordig hangen er relatief kleine buitenboordmotoren aan, vaak een 9,9pk Yamaha

De DD Cornelis is van het jongste en grootste type dat geringschattend ook wel 'overdrijver' wordt genoemd. De schuit heeft een droge bun waarin gevangen vis werd bewaard maar waar jagers ook hun lokeenden in opsloten.

Op het boord was een goed getaande, zeildoekse huik gespijkerd die als dak diende. Die tent, die tegen de mast eindigde, kon helemaal worden gesloten. Er waren twee slaapplaatsen waar twee mannen sliepen. Ze deelden hun slaapplaats met een klein maar fel kacheltje, een duveltje, waarin alles gestookt kon worden wat men tegenkwam; hout, stukken cokes, oude netten, oud touw of turf. Het was er veilig en warm. Vooral warm, want men hield voor alle zekerheid zijn kleren aan. Een uiterst primitief bestaan, maar zeer avontuurlijk. Voor stroom roeide men naar de plek waar men wilde vissen, op de rivieren of in de Biesbosch, en eveneens voor stroom keerde men terug met de vangst.

Ook de DD Cornelis heeft een huik met duveltje dat soms opgestookt wordt voor wat warmte en voor koffie.
Zalmdrijvers (en hollandse boten) in de Spuihaven van Dordrecht (ca.1930)


Zalmdrijver en bestropdaste man in de monding van de Spuihaven bij de Sluisbrug (ca 1930).


de DD Cornelis
lijn
[ Algemene voorwaarden ] [ © Copyright Jaap Bouman/DORDT.NL ]